Back to top

De zegen

In het kader van de nieuwe schepping is, de He r.. in de genezing der herinneringen niet alleen de Omega, de Laatste, het alles-vervullende einde, tot in diepe ouderdom en tot in onze dood toe. Maar Hij is daarin ook de Alfa, de Eerste, het volstrekte Begin, tot ver vóór onze ontvangenis (Openbaring 22:13).

Er staat ergens in een oude Avondmaalsliturgie dat Jezus al onze vloek op Zich geladen heeft, opdat Hij ons met Zijn zegening vervullen zou.

Ieder mensenkind mag en moet in zijn prilste begin ge­zegend worden, welkom geheten en blij begroet. We spreken niet voor niets over een moeder die in 'blijde verwachting' is. Is die blijdschap der verwachting verduisterd, dan kunnen er diepe schaduwen in het zielenleven vallen, die diepe storingen in ziel en geest kunnen veroorzaken. Jezus alleen kan deze vloek in. zegen veranderen. En Hij wil ons mensen daarvoor. gebruiken. Doordat wij een klimaat scheppen van onderlinge aanvaarding, liefdevolle bevestiging en harte­lijk elkaar zegenen. Daarin kan dan ook een zegening met handoplegging, als waarover Agnes Sanford schrijft, diep functioneren. In die zegen mogen wij met het oog op deze schaduwen met Goddelijke volmacht effectief betuigen: God vond het fijn, dat je kwam. Voor Hem ben je geen ongewenst kind, geen ongelukje, geen vergissing met voor­behoedmiddel of menstruatie, geen product van echtelijke afkeer of iets dergelijks. Maar een nieuwe schepping, waarin al die negatieve gevoelens van niet-aanvaard-zijn voorgoed zijn voorbijgegaan. Hij zegent je en behoedt je. Hij doet nu in al die schimmen van vroeger Zijn aangezicht over je lichten en is je genadig. (Dat wil zeggen: Hij buigt Zich in vergevende liefde heel diep tot je neer.) Hij verheft Zijn aangezicht over je en geeft je vrede. (Vrede als heil, heling van je diepste frustraties, die als een heel reële vloek-macht je tot dusver hebben verlamd) (Num 6:22-27) .

Als wij elkaar heel diep zegenen in Zijn naam, mogen we daarin ook onze erfsubstantie betrekken. Ook erfelijke be­lasting hoort tot de lasten die Jezus voor ons draagt en in ons weg-draagt ter bevrijding en genezing. Er staat ergens dat Hij ons vrijkoopt van onze ijdele wandel, die ons van onze vaderen overgeleverd is (I Petrus 1:18). Dat gaat niet alleen over voorvaderlijke moraal of ingebakken taboes. Dat gaat ook over diep-ingevreten erfelijke gevoels- en er­varings-patronen. Over psychische defecten en aangeboren complexen. Het elkaar-zegenen-met-vrede is zo totaal , dat daardoor de nieuwe schepping tot in de meest fundamentele storingen doorwerkt. Het mag en moet ook inhouden een met uitgesproken woorden verbreken van alle negatieve bindingen met het hele voorgeslacht.

Dichterlijk gezegd:

en ik loop sinds die gouden stonde
niet langer eenzaam door het land
want ik heb mij terecht bevonden
in de warme palm van Gods hand.

(Bertus Aafjes)

En dan te bedenken, dat dit alles ook", besloten ligt in de zegen, die we aan het slot van elke kerkdienst mogen ont­vangen. Hij legt ook daarin Zijn hand op ons hoofd, tot vrede.