Back to top

Duistere cellen springen open

Bij de genezing der herinneringen speelt ook de bevrijding van occulte bindingen in de naam van Jezus vaak een be­slissende rol. We willen dit aan een praktijk-voorbeeld duidelijk maken. We kwamen in zielzorgerlijk contact met een ontwikkelde jonge vrouw (ze studeerde sociale wetenschappen en pedagogiek), die belijdend lid was van de Gereformeerde Kerk. Ze had last van religieuze onverschilligheid en van aan­passingsmoeilijkheden en agressief reageren in wat moeilijke werksituaties. Inde gesprekken kwam een negatieve vader­binding aan het licht, die het haar erg moeilijk maakte, God als een echte, liefdevolle Vader te beleven. De werkmoeilijk­heden bleken samen te hangen met een stuk autoriteits­problematiek, dat met deze vader-binding samenging. De agressiviteit bleek verbonden te zijn met bitterheid over allerlei jeugd-ervaringen, waarin ze zich hevig gediscrimi­neerd voelde. Het zielzorgerlijk contact leidde tot geeste­lijke vernieuwing, tot het beleven van Gods vaderliefde en vervulling met de Heilige Geest. En tot genezing van negatieve herinneringen.

Heel onverwacht kwamen er toch weer grote spanningen in haar werkkring. Ontslag nemen bleek zelfs onvermijdelijk. Ze kreeg de volgende droom: "Ze had een nieuwe woning ingericht, maar onverhoeds kwam haar vader daarin weer storen en amok maken."

Ik had in de gesprekken al telkens naar eventuele occulte contacten gevraagd, maar zonder resultaat. Ze kon zich werkelijk niets herinneren. Ze zag duidelijk, dat deze droom toch weer de negatieve binding ten opzichte van. de aardse en de Hemelse Vader op het tapijt bracht., Ik vroeg haar, hoe ze het zelf kon verklaren, dat dit negatieve vader-beeld zo'n magische macht had in haar onbewuste. Toen kwam ze opeens met de volgende herinnering: Als meisje van 18 jaar was haar de toekomst voorspeld op een kerkelijke bazaar door een dame, die zich als zigeunerin had verkleed. Deze vrouw had gesproken over haar moeilijkheden met haar vader en haar voorzegd, dat ze altijd moeilijkheden zou hebben in werksituaties. Ze was er toentertijd wel een beetje van ge­schrokken dat een wildvreemde dit zo maar van haar wist. Maar ze had het als een spelletje beschouwd.

Ik probeerde haar uit te leggen, dat deze vrouw waarschijn­lijk zonder het zelf te weten helderziend was en occult gebonden. Dat haar woorden als een magische vloek hadden gewerkt. en het vaderbeeld occult beladen hadden. Het leek veelzeggend, dat juist op dit punt van onze gesprekken precies deze herinnering opeens scherp naar voren kwam. Ik sprak over een zegening, waarin schuld zou worden beleden, en de occulte band naar Mat 16:19 ontbonden zou worden. Ze kon zich hieraan met haar verstand niet onttrekken. Maar ze kon toch ook niet aanvaarden, dat zo'n onschuldig spelletje zulke diepe gevolgen kon hebben. En ze kon er nog minder schuld over gevoelen en die belijden. In deze zielzorgerlijke impasse nodigde ik haar uit tot een zegening, waarin wij plaatsvervangend als leden van één lichaam voor haar schuld zouden belijden. Ze stemde hierin toe, en het kwam inderdaad tot een hernieuwde bevrijding. Ze was hiervoor erg dankbaar. Maar schuldgevoel als emotie - bleef tot dusver uit.

Dergelijke occulte bindingen doen zich net als verkeers­ongelukken dagelijks voor, aan de lopende band. Dr. Koch ging bij de nazorg bij opwekkings-campagnes in Duitsland en Zwitserland het percentage van occult-belaste mensen na. In Stuttgart bleken dit et 29% te zijn, in verschillende Duitse dorpen 50-69%, in Bern 67-80%. Wij hebben in onze pastorale praktijk, waarin we met buitenkerkelijke, rand­kerkelijke en kerkelijke mensen diepgaande gesprekken plegen te voeren, geen exacte statistieken bijgehouden, maar komen eveneens tot een belangrijk percentage.

Fatale bindingen komen blijkbaar ook tot stand; als men alleen maar met occulte dingen gespeeld heeft. Ds. Brons, een Duits evangelisatie-man en ,deskundige op occult gebied, schrijft: "Wat mij bij dit alles het meest opviel, was, dat twee derde van de mensen op een of andere. manier in zulke occulte bindingen van demonische en satanische aard terecht gekomen waren, deels meer voor de grap, deels ook bewust en met heldere overtuiging." Dr. Koch pleegt in de zielszorg te zeggen: "Of ik uit onwetendheid of uit nieuwsgierigheid, als grap of in ernst een handgranaat aftrek, de uitwerking is altijd gelijk." Het vaststellen van zulke occulte bindingen is van de zijde van de zielzorger geen eenvoudige zaak.

Hij leeft in een gemeenschap, waarin deze dingen gebaga­telliseerd worden. Zelfs psychiaters hebben voor deze dingen vaak een blinde vlek. Een sterk voorbeeld: Een van onze contacten was zwaar occult gebonden aan haar overleden moeder. Ze werd altijd weer naar het kerkhof getrokken, waar deze begraven lag, Ze legde zelfs bij het tafeldekken altijd bord en bestek voor haar moeder neer, hoewel deze reeds tientallen jaren geleden overleden was. Ze kwam in een zenuwinrichting en had daar een uitstekend contact met de psychiater. Maar deze dingen vertelde ze hem niet. Maar wel aan mij. Ze wist dat ik deze dingen ernstig nam. Maar ze veronderstelde dat de dokter dit maar "flauwekul" zou vinden.

Het gaat hier om dingen, die intiem en veelszins verborgen zijn, en waarover men zich makkelijk gegeneerd voelt. Om­dat occulte ervaringen niet lijken te horen bij een volwassen, redelijk levenspatroon. Of bij het levenspatroon van een evangelie-belijder.

Men ziet in vragen op dit punt allicht een stuk bemoeizucht en voelt er een soort kruisverhoor in. Daarom is een ver­trouwensrelatie tussen geholpene en vertrouwensman ook hier volstrekte voorwaarde voor vruchtbare samenwerking. Daarbij moet de zielzorger zich bij voorbaat geheel solidair met de patiënt verklaren. B.v. door te beginnen met de erkentenis dat hij zelf ook wel eens occulte contacten gehad heeft. En dat we leven in een kerk en cultuur, die met deze dingen veel te achteloos omgaat, en aan alle kanten in inzicht en informatie op dit terrein schromelijk tekort schiet. En dat dus onwetendheid verklaarbaar is.

Men heeft bovendien vaak een weerstand tegen de verken­ning, omdat men helemaal geen verband vermoedt tussen de storing, waarover men bij de zielzorger contact heeft en een occulte binding. Dr. Koch zegt kort en krachtig: "Het gros van occult-belasten weet niets van de samenhangen van hun psychische storingen."

In het bovenstaande geval was er al een contact-stoornis aanwezig, die door de aanraking met het occulte verhevigd en hardnekkiger werd. Maar er zijn ook gevallen, waarin alleen al het occulte contact verantwoordelijk blijkt voor een ernstige stoornis.

Voorbeeld: Een meisje van veertien jaar had met allerlei angsten en ontremmingen te kampen. Haar werkresultaat op school verslechterde zo sterk, dat ze scheen te mislukken. Een psychiater kon geen oorzaak voor dit vreemd gedrag vinden. Ze kwam met haar moeder op ons spreekuur. Bij het gesprek bleek, dat haar moeder tijdens de zwangerschap door een magnetiseur was behandeld. Na schuldbelijdenis en een zegening van moeder en dochter verdwenen deze negatieve verschijnselen vrij plotseling en keerden niet terug. De school werd verder met succes doorlopen. Als het occulte contact eenmalig en incidenteel is geweest, kan één "be­diening" (handoplegging met gebed en zegen) direct merk­baar een radicale bevrijding teweeg brengen. Is er een hele occulte voorgeschiedenis, dan is het vaak nodig, in een reeks gesprekken (eventueel met bedieningen) deze duistere historie te saneren.

In het eerste door ons gegeven voorbeeld is er sprake van een plotseling openbaar worden van de verborgen binding in een weg van zich toewenden tot God. Het opkomen van de verdrongen herinnering was een symptoom van deze wen­ding. Een verschijnsel dat zich ook op ander gebied telkens als een wonder in de zielszorg voordoet. Het is de Heilige Geest, die op zo'n moment het hart en het onbewuste opent, zij het niet buiten een liefdevol en voorzichtig gezamenlijk verkennen om. Op dit te binnen brengen van de Heilige Geest kan men als zielzorger en als hulpzoekende ten diepste alleen maar eerbiedig en vertrouwend wachten. De gesprekken worden immers in tegenwoordigheid van de Heer zelf gevoerd (Mat 18:20).