Back to top

Mensen mogen helpen

Als mensen elkaar zegenen tot genezing, gaat het om een driehoeksverhouding tussen God, de Grote Helper, een hulpzoekende en een helpende medemens. Helpen is toespitsing van de zegen in een noodsituatie. Helaas is deze diepere betekenis van helpen in onze om­gangstaal vaak wat vervlakt.

Je staat even in een winkel t wachten. Er schiet een ver­koopstertje op je toe. Ze zegt: "Wordt u al geholpen, meneer?" En dan helpt ze je vlot aan wat je wenst. Helpen is bij ons eenvoudig: iemand van dienst zijn. Je hebt er zelfs rubrieken voor in kranten en bladen: "Wij helpen elkaar" - "Een handje hulp" - enz. We willen van dit gewone helpen geen woord kwaad zeggen. Daarvoor hebben we er veel te veel aan te danken. Je moet nooit spuwen in de bron waaruit je eens gedronken hebt, zeggen ze in het Oosten. We hebben allemaal als hulpeloze baby's uit de bron van moeders voortdurend helpen geleefd. Tot in onze meest platvloerse dagelijkse behoeften toe hadden we haar hulp elk ogenblik nodig. Later bij het groter worden werd het al meer "Eigen hulp". En toch is ook als we volwassen zijn onderlinge hulpvaardigheid in de samenleving wat de olie is in onze motoren. In de Bijbel gaat het echter altijd om iets nog veel diepers, als daar' over "helpen" en "ge­holpen worden" wordt gesproken. In de Bijbel is helpen altijd: bij een ander zijn en blijven in nood en dood. Net als wanneer bij ons iemand "help" roept. Dan voelt hij zijn situatie aan als kritiek. Dan gaat het niet om een handjè hulp. Maar om S.O.S. - red onze zielen.

Volgens de Bijbel wortelt al onze nood in de dood. Ons bestaan is (om met een modern denker, Heidegger te spreken) een "Sein zum Tode", een zijn-tot-de-dood. Alleen als we daarin geholpen worden, kunnen we in de voort­durende dreiging het harden en leven.

Ik denk even aan het paradijsverhaal. Adam, de mens is aanvankelijk alleen en daarom kan hij het onmogelijk houden. ..God schept daarna Eva met Zijn eigen hand, als "hulp" voor de man, als partner tegenover hem. Slechts omdat God Zelf de mens een medemens als zijn helper geeft, is er menselijk leven voor hem mogelijk.,

Kort geleden stond er in de krant een bericht over iemand, die net als Robinson Crusoë, helemaal alleen in de wildernis wilde leven, op een onbewoond eiland. Maar dit mislukte. Hij hield het eenvoudig in de eenzaamheid niet vol. Zelfs Robinson Crusoë had immers nog zijn Vrij­dag. ..

Een tijdje geleden is er een enquête geweest, om de mensen te vragen, wat ze liever wilden: helpen of geholpen worden. Negentig procent koos voor het zelf helpen en maar tien procent voor het door een ander geholpen worden. Dit is typisch voor onze cultuur. Helpen geeft ons een beleving van kracht, van erkend worden als deskundige, als ver­trouwensfiguur, als de sterkere, als iemand van hogere status. .. Maar geholpen worden beleven wij als zwakte, als tekort-schieten, als de mindere-zijn afhankelijk-zijn, onzelfstandig. In Bijbels licht is heel deze enquête, hoe "wetenschappelijk" die vragen ook lijken, een oppervlakkig er-omheen-gepraat. Hoe zelfstandig we ook zijn (en dat is een goed ding!), we zijn en blijven als mens totaal af­hankelijk. Afhankelijk van onze grote Helper: God. En van onze kleine helpers: onze partners. We zijn er een­voudig voor gemaakt, niet zonder God en zonder de anderen te kunnen.

Er is een oud gezegde: Media in vita in morte sumus. Midden in het leven zijn we toch midden in de dood. We leren onze kinderen al, dat die twee M's in hun handen "Memento Mori", Gedenk te sterven, betekenen. De Bijbel zegt het echter vrolijker. Niet: midden in het leven zijn we midden in de dood. Maar omgekeerd, midden in de dood zijn we midden in het leven. Niet de dood is het raadsel, maar het leven is het wonder. Het leven is de dagelijkse verrassing van God. Omdat God onze Helper is en ons mensen tot hulp heeft gegeven, is er in onze doods­wereld het wonder van het leven. De Bijbel zegt: "Gods goedertierenheid (prachtig woord voor Zijn solidair hande­len met ons!) is elke morgen nieuw." En daar vloeit menselijke goedertierenheid, menselijke solidariteit uit voort. Mens-zijn is geen eenzaam avontuur. Het is geholpen worden en helpen.

"Zo waarlijk helpe ons God almachtig." Dat mag in de genezing der herinneringen ook door mensen gebeuren.