U bent hier

Back to top

Samen een nieuwe schepping

Belangrijk lijkt het ons, hierbij dik te onderstrepen, dat niet alleen ieder van ons apart een nieuwe schepping is, maar dat we het vooral ook samen mogen zijn en worden. De vertrouwensman en degene die zich in vertrouwen laat helpen, functioneren als het goed is, in het diepe krachtveld der gemeente, waarin we elkaars leden zijn, en dat niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander mogen en moeten bewijzen. De rollen worden telkens ver­wisseld, zodat de vertrouwensman zelf ook de hulp van de broeder of zuster nodig heeft. En de geholpene vindt soulaas, om nu zelf ook dezelfde dienst aan anderen te gaan bewijzen (misschien is in het krachtenveld der onderlinge liefde mede-vreugde nog nodiger en moeilijker en fijner dan medelijden!).

Paulus zegt uitdrukkelijk, vlak voordat hij over ons als 'nieuwe schepping' spreekt: "Zo kennen we dan van nu aan niemand meer naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer" (I Kor 5:16).

We kennen onszelf en de ander vaak te veel, te eenzijdig naar erfelijkheid en constitutie, naar milieu en conditie, naar de in verleden en heden gegeven mogelijkheden. Maar dan kennen we ook Christus op verkeerde wijze, nl. naar het vlees. Dan binden we hem aan onze natuurlijke en histo­rische mogelijkheden, als een persoon, die daardoor bepaald en beperkt is. We doen dan aan de Heer en aan onszelf en aan onze naaste onherstelbare schade.

We mogen niet leven bij de wereldse wijsheid, dat wie steelt altijd een dief is. Dat een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken. En dat de appel niet ver van de boom valt. Door deze traditionele wereldgelijkvormigheid is helaas ons gemeente-leven vaak vergiftigd. We willen nog zo weinig de liefde van de Heer Zelf in ons ontvangen, die alle dingen hoopt (I Kor 13:7). "In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal", - die dichtregels van Bilderdijk zijn toch eigenlijk een vrome vloek.

Als in een gemeenschap het boze oog overheerst, waardoor we iemand op vroeger vastspijkeren, wordt het oog van onze Heer omneveld, waardoor Hij ons tot in de diepste diepten van onze oude bindingen nieuw wil kijken.

Om de genezing der herinneringen gemeenschappelijk te beleven, kunnen we overwegen wat Agnes Sanford mocht doen in een serie van tien lezingen in haar eigen gemeente, Westborough. Ze vroeg de aanwezigen hun levens in tien perioden te verdelen. Elke keer dat ze samenkwamen, bad ze voor de genezing der herinneringen van één van die perioden, te beginnen met de laatste tot helemaal in het verleden terug. Wonderlijke genezingen hadden plaats. Een vrouw vertelde haar dat ze genezen was van kanker, hoewel Agnes helemaal niet wist dat ze kanker had. Iemand anders vertelde van de genezing van een erg gespannen verhouding tussen haar en haar moeder.

Over genezing der herinnering en positieve beïnvloeding in een grenssituatie schrijft dr. William Standish Reed, een Amerikaans chirurg, in 'Surgery of tbe Soul'. Hij vraagt daarin o.a. om een diepe eerbied voor de mens, als hij onbewust terneer ligt, hetzij in slaap of onder narcose of in een coma. Omdat een mens niet alleen ziel is, maar ook geest, dringt er vaak veel meer tot hem door dan wij denken, al verkeert zijn ziel en lichaam in slaap of bewusteloosheid. Reed vertelt dat hij over dit onderwerp eens een lezing hield, die werd bijgewoond door een dame, die tengevolge van een verkeersongeluk een ernstige hersenoperatie had moeten ondergaan en twee jaar lang een dreunend geluid in haar hoofd hield en half verlamd was. Bij het horen van de lezing herinnerde de vrouw zich plotseling heel precies het dreunen van de boor in haar hersenpan. En ook een nare opmerking, die een zuster over haar jegens de chirurg gemaakt had. Ze voelde opeens jegens die verpleeg­ster in zich een diepe wrok die haar klaarblijkelijk on­bewust dwars zat. Ze vroeg aan God, of Hij die wrok totaal wilde wegnemen. Dit bevrijdde haar ook van veel bezorgdheid en angst. En het dreunende geluid in haar hoofd hield sindsdien helemaal op.

Deze beïnvloedbaarheid van de menselijke geest in onbewuste toestand kan ook positief worden beleefd. Reed vertelt van een meisje, dat na een stilstand van het hart in coma lag en uitgemergeld en dodelijk zwak wegteerde. Ze lag, met drie buizen in haar lichaam voor aanvoer en afvoer, al maar heen en weer te schudden, alsof ze poogde zich uit een diepe slaap los te scheuren. Reed beval dat er in tegen­woordigheid van dit opgegeven kind geen enkele negatieve uiting over haar toestand zou worden gedaan. Hij moedigde de moeder aan, het kind veel te bezoeken en vol hoop hardop voor het bewusteloze kind te bidden, met een her­haalde betuiging: 'Karen, Jezus geneest je en je zal gezond worden'. Ook moesten de ouders tegen het bewusteloze meisje allerlei vertrouwde verhalen doen opdat bekende patronen van gevoelens en gedachten weer in haar boven zouden komen. Dank zij deze verandering in houding en benadering duurde het niet lang of het kind kwam bij uit haar coma en begon te herstellen.