Back to top

Wat Jezus deed en doet

We lezen in de Bijbel, hoe Jezus voor Hij naar de hemel gaat, met Zijn leerlingen een lange wandeling maakt door de straten van Jeruzalem via het Kidron-dal en Gethsemané over de Olijfberg tot buiten het dorpje Bethanië. Oude wonden worden opengelegd. Beroerde herinneringen schrij­nen. In de straten van Jeruzalem echoot nog het "Kruist Hem!" Bij Gethsemané buigt iedere discipel beschaamd het hoofd. Want daar hebben ze Hem allemaal in de steek gelaten toen één van hen, Judas, Hem bij het bidden ver­ried. Daar heeft Jezus in Zijn doodsangst bloed gezweten. En niemand waakte met Hem.

Geen discipel durft even later op die tocht vrijuit te kijken naar het huis van Lazarus en zijn zusters, vrienden van Jezus in Bethanië. Want daar zijn ze als hyena's op Maria aangevallen, toen zij Jezus in de week voor Zijn terecht­stelling met kostbare zalf vereerde "tot Zijn begrafenis". Bij Bethanië is Jezus op "Palm Zondag" Zijn koninklijke intocht in Jeruzalem aangevangen en wie zo iets op een ezel begint, eindigt aan een kruis. Nog leek de Olijfberg nat van de tranen, die Jezus daar die "Zondag" vergoot over Jeruzalem, dat Hem ging doden.

Bij het afscheid maakt Jezus dan hetzelfde gebaar, dat we bij Presser zagen bij het afsluiten van een ontmoeting. Hij legt de handen op Zijn vrienden en zegent hen. En Hij zegt hun dat Hij wel heengaat naar de hemel, maar dat Hij geestelijk in hun hart zal blijven. En dat Hij in hun ziel en in de wereld krachtig zal werken door Zijn Geest, de "Trooster", de Bijstand.

Zijn heengaan maakt daarom geen nieuwe zielewonden. Integendeel, het bekrachtigt Zijn volkomen verzoening en door Zijn zegen worden alle oude zielewonden, alle oude angst en schaamte genezen. Ze gaan terug naar de bloed­stad Jeruzalem met grote blijdschap, vol kracht een nieuwe toekomst tegemoet.

Hetzelfde gaat nu nog van Jezus uit. Want door de Geest van Jezus in ons krijgen wij hoop en kracht, om in Zijn naam nu nog hetzelfde te doen wat Hij in Zijn zegen op de Olijfberg verrichtte (Luk 24). Het behoort tot Zijn Dienst der Genezing en Bevrijding, waarin Hij ook ons wil betrekken.

In de Dienst der Genezing klinkt vaak het Bijbelwoord: "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid" (Heb 13:8). Om daarmee te getuigen, dat Hij nu nog precies dezelfde wonderen doet als bij Zijn om­wandeling op aarde,bijna 2000 jaar geleden. Volkomen terecht!

Maar we mogen de lijn niet alleen trekken vanuit Zijn gisteren naar ons heden. Ook omgekeerd mogen we met en in Hem teruggaan vanuit ons heden tot in ons .gisteren en eergisteren toe. Hij is helemaal in onze tijd ingegaan. En daarom gaat Hij al onze tijden te boven. Ons prilste begin is even direct voor Hem toegankelijk als ons diepste vandaag.

Oscar Wilde heeft eens gezegd: "Een vrouw, met een ver­leden is een vrouw zonder toekomst." Dat is wel erg pessimistisch bekeken. In elk geval lijkt het erg discriminerend voor de vrouwen. Wilde heeft zelf trouwens diep genoeg ondervonden, wat het is, "een man met een ver­leden" te zijn. En wie van ons is eigenlijk niet "iemand met een verleden"? "Everybody has a skeleton in the cup­board" (iedereen heeft een geraamte in de kast), zeggen de Engelsen. En dat is niet alleen iets van een criminele roman. Verleden - dat betekent vergaan. Zoals overleden over­gegaan betekent. Maar Fransen en Engelsen drukken het wat voorzichtiger uit. Ze spreken van "le passé", "the past". Dus: dat, wat voorbijgegaan is. Wat voorbijgegaan is, kan terugkomen. Het is niet zo maar vergaan. Een Nederlands dichter, Willem Bilderdijk, zei zelfs:

"In het verleden ligt het heden, In het nu wat worden zal"

God is de enige, die ons radicaal van ons verleden kan en wil en zal verlossen. En radicaal betekent: tot in de wortel. Merkwaardig dat de Bijbel daar soms niet zo radicaal van schijnt te spreken als wij misschien zouden verwachten. We lezen b.v. in 2 Cor 5:17: "Zo is dan, wie in Christus is, een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God," Hier wordt alleen gesproken van het voorbijgaan van het oude. Niet van het vergaan.

Toch is het radicaal genoeg. We zijn "nieuwe" schepping, waarin het oude niet vernietigd wordt, "maar radicaal vernieuwd", met een heel nieuwe inhoud en functie: het fun­geren in het komende Godsrijk, dat bezig is zich nu reeds overal baan te breken.