U bent hier

Back to top

Zelf medewerken

Het gebeurt vaak, dat de zegenende tegenwoordigheid van de,Heer, die Zijn liefde in ons uitstort, in stilte allerlei ge­voelens van vergeving, van jezelf in-Hem-mogen liefhebben, van ontferming en bevestiging, van zegen en verruiming vertrouwen in je laat zinken, waardoor ongemerkt balsem vloeit in"de pijnlijke wonden van vroeger. De verdrongen gevoelens komen dan niet zo duidelijk naar buiten als in een psychiatrische behandeling. En worden niet zo duidelijk afgereageerd. Maar daarom behoeft de genezing niet minder diep te zijn. Ze mag en moet zelfs zakelijk worden geconstateerd. En we worden er toch ook vaak zelf helemaal, bewust en voort­durend, in betrokken.

Als men Gods liefde concreet met het oog op bepaalde complexen en syndromen in zich heeft laten werken, kan na een paar dagen allerlei pijn en onbehagen ongemerkt uit de herinnering verdwenen zijn. Wat er in het bewustzijn van over is, is dan alleen maar de lege huls, waaruit het explosief verdwenen is. Iemand, bij wie in één keer heel veel was weggeruimd, zei: "Het is net de slag bij Nieuw­poort. Je weet dat het in 1600 gebeurd is. Maar dat is alleen maar historische herinnering - het heeft met je ge­voel niets meer te maken." Gaat het niet zo vlug (en dat moeten we na enige dagen heel zakelijk in onszelf navoelen) dan moeten we a.h.w. de behandeling door God laten her­halen. We leggen het taaie ongerief te week in Gods liefde. Maar in concreet waken en bidden tot genezing.

We hebben iemand ontmoet die door allerlei traumata een eigenaardige tic had gekregen. Telkens viel hem een nare herinnering in. Meestal aan "links", onaangepast reageren in zijn jeugd en ook later, tot in het jongste verleden. Hij maakte dan opeens een rare grimas, of praatte in zich­zelf hardop, of gaf een schreeuw. Meestal alleen thuis, als hij zich wat minder behoefde in te houden. Maar toch ook wel in gezelschap. Als je hem vroeg naar de oorzaak van zijn tic, zei hij altijd: "Praat er maar niet over. Een nare herinnering van vroeger. Dat zal wel slijten." Maar het sleet niet. De tijd heelt wel vele wonden.

Maar lang met alle. Door zielszorg en gebed met handoplegging werd de macht -van deze nare herinneringen door de kracht van Jezus ge­broken. Maar dit vroeg van de persoon een volhardende medewerking. Telkens als zijn tic hem weer parten speelde, bracht hij" concreet de negatieve herinnering, die daarbij boven kwam drijven, bij de Heer en beleefde nog eenmaal de pijnlijke situatie in de liefdevolle, troostende tegen­woordigheid van de Heiland. Als er niet direct gelegen­heid was, de zaak in gebed te brengen, noteerde hij de herinnering even met een enkel woord, om later in een stukje stille tijd de zaak door de Heer in het reine te laten brengen. Na een paar dagen ging hij na, of hij nu aan de bewuste herinnering zonder negatieve gevoelens kon terug­denken.

Was dat niet zo, dan nam hij haar weer met de Heer door. Net zo lang, tot de emotionele belasting geheel was ver­dwenen. En ook, als iets van het oude later nog weer terug kwam. De tic verdween zo langzamerhand en was na een paar jaar praktisch geheel weg.

Belangrijk is het in dezen ook, dat we iets van de taal van het lijf leren verstaan. Misschien dat ons bewustzijn niet weet van een bepaalde wrok of teleurstelling of angst, maar dat een beklemming in de maagstreek of de ingewanden of in het hoofd of bij het hart daarvan getuigt.

Het kan ontdekkend zijn je af te vragen: Wat valt me zo maar spontaan in, als ik me in stilte afvraag: Wat zit er achter die spanning in mijn buik of in mijn hoofd? Waar­mee associeer ik gevoelsmatig, onwillekeurig deze pijnlijke gewaarwording in mijn lichaam?

We mogen hier op een totale genezing hopen. Jezus spreekt Zijn woorden tot ons, opdat niet alleen Zijn blijdschap in ons is, maar ook onze blijdschap vervuld wordt (Joh 15:11).

Om in Zijn blijdschap te blijven is het goed, fixatie van negatieve herinneringen te voorkomen door geregelde reini­ging van het gevoelsleven in de omgang met de Heer. Daarbij is het goed, o.a. het droomleven geregeld met de Heer te confronteren. Freud heeft de droom de "via regia", de "koninklijke weg" tot het onbewuste genoemd. Het on­bewuste brengt in de droom o.a. veel verdrongen materiaal naar boven en het is zeker niet de bedoeling dat dit dan zo maar weer bij het wakker-worden wordt teruggedrongen. We lezen in Job 33:14 :

bq. "Want God spreekt op één wijze, of op twee, maar men let daar niet op. In een droom, in een nachtgezicht, wanneer diepe slaap op de mensen valt, in sluimering op de legerstede - dan opent Hij het oor der mensen en drukt het zegel op de vermaningen, tot hen gericht, om de mens van zijn doen af te brengen, om hoogmoed van de man te weren, om zijn ziel van de groeve te redden, zijn leven,dat het niet omkome door de spies. Ook wordt hij door smart op zijn sponde vermaand..."

Als wij een pijnlijke droom hebben, moeten wij de pijn niet verdringen, maai het complex aan de Heer aanbieden ter genezing en reiniging. Maar eerst moet de droom worden getoetst op een mogelijke, door de Heer bezegelde, ver­maning, die dan uiteraard ernstig ter harte moet worden genomen.

Er is soms een diepe teleurstelling bij mensen, die een diepe ervaring van vernieuwing en blijdschap en van ver­vulling met Gods Geest hebben, ontvangen, dat ze daarna nog; een vaak lange weg van genezing der herinneringen moeten gaan. Ze zijn toch een nieuwe schepping? Het oude is toch voorbijgegaan? Het vroegere is toch allemaal ver­geven? Waarom kan je het dan niet zo maar vergeten? Was dan die ervaring van levensvernieuwing, van nieuwe geboorte, wel echt?

We kunnen een vergelijking maken met een schip, dat ge­regeld moet koersen door een gevaarlijke zeestraat, vol riffen en wrakken. Het maakt al varende veel brokken. Totdat er een springvloed komt en het vaartuig een voor­spoedige tocht over al die obstakels kan maken. Maar dan komt er eb of zelfs een heel laag, dood tij. En dan loopt het toch weer vast. Dan moeten de handen aan het werk om de oude wrakken weg te branden" de obstakels beter jn kaart te brengen en zo nodig de waterloop te veranderen en de vaargeul te saneren.

Zo kan-het ook gaan in een mensenleven. Eerst leiden we bij laag geestelijk tij of bij dood tij een leven van averij en lekkages. Dan komt de vloed van de Geest opzetten en we koersen, heerlijk bevrijd, vrijmoedig over allerlei hinder­nissen heen. Maar als de vloed gedaald is en nieuwe averij gaat dreigen, mogen en moeten we ons geduldig en radicaal laten saneren, door onze verruimende ervaring van dragende vloed en van vrije vaart gesterkt en bemoedigd.

Theologisch uitgedrukt: Van een blijde Pinksterervaring worden we vaak weer teruggeleid tot een diepere ervaring van Goede Vrijdag en Pasen. Tot een dieper met Christus gekruisigd worden aan ons oude leven om in dieper diepte dan ooit te voren met Hem tot een nieuw leven, tot een nieuwe schepping te worden opgewekt.

Dat betekent dan ook: geleid worden tot een steeds dieper vergeven. Bij de genezing van herinneringen aan allerlei kwaad, dat anderen ons wetend of onwetend, nolens volens, hebben berokkend, komen we pas tot volledige vernieuwing als we durven erkennen, hoe zeer we zelf "kwaad met kwaad" vergolden hebben. Misschien niet met woord of daad, maar toch wel in negatief reageren in houding en gevoelens.

De Bijbel spreekt over de liefde, die niet zichzelf zoekt. "Zij is lankmoedig.. ., zij is niet afgunstig..., zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. . . alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij" (I Kor 13:4-7).

We zullen tegenover God mogen en moeten erkennen; dat we deze liefde (de liefde, die we zelf niet behoeven op te brengen, maar die Jezus als Zijn liefde in ons werkt) nog veel te weinig hebben willen ontvangen (anders zouden de herinneringen allang genezen zijn !).

En we zullen het oude zeer met belijdenis van ons eigen falen bij God mogen brengen om de wonderlijke liefde van Jezus voor de "vijanden" als een wonder te mogen ont­vangen.

We kunnen in dit bestek moeilijk uitvoerig ingaan op dat, wat de Bijbel verstaat onder "vervulling met de Heilige Geest". We verwijzen hiervoor graag naar de literatuur­opgave.

Ook kunnen we hier maar even aanstippen dat in de genezing der herinneringen het "bidden in de geest" een belangrijke krachtbron betekent. Tot dit "bidden in de geest" behoort o.a. de z.g. glossolalie (ook wel het "tongen­gebed" of het "bidden in een geestestaal" genoemd - zie I Kor 14). En het Jezus-gebed, dat in de spiritualiteit van de Oosterse kerk een grote rol speelt. En het z.g. "in­wendig gebed", zoals dit in de intieme omgang met God in allerlei spiritualiteit n vorm kreeg.

Het "bidden in de Geest" is een woordeloos, niet-begripsmatig gebed, dat de Geest zelf heel direct in ons werkt, en waarin Hij sterk ons gevoelsleven reinigt, van frustraties bevrijdt en van nieuwe liefde vervult. Het is een wonder­lijke ervaring hoe juist door deze wijze van bidden mensen, die in het. "gewone" gebed b.v. de haat tegen hun ouders nog niet konden kwijtraken, door het tongengebed of Jezus­gebed met diepe ontferming jegens vader en moeder worden vervuld, als ze het daarop richten.