U bent hier

Back to top

Zuivering

Soms wordt er in onze ziel door een zegening en gebed a.h.w. een heel mijnenveld in één keer tegelijk opgeblazen. Er blijkt daarna een acute genezing in heel het herinnerings­veld te zijn opgetreden. Een hele keten van negatieve ge­voelens valt dan door een ketting-reactie opeens in gebroken schalmen uiteen.

Maar vaak ook blijkt, zo'n opruiming van allerlei negatief materiaal een meer langdurig en arbeidsintensief sanerings­werk in te luiden.

De bedoeling is hierbij niet, dat wij ons eindeloos in ons verleden gaan verdiepen. Boven de vijver waarin al die ver­troebelingen zijn weggezonken, moet vaak een bordje worden gezet: 'verboden viswater'. De tijd zelf heelt wel niet alle wonden. Maar toch vele. En ook dat gaat niet om buiten de genezende goedheid van de Heer1.

Het is echter vaak zo, dat negatieve herinneringen in de loop van Gods vernieuwend-met-ons-bezig-zijn als vanzelf in onze gevoelsstroom komen bovendrijven. Dan is het met­een ook de tijd om ze kordaat op te vissen en er samen met Hem mee klaar te komen. Want het is niet toevallig,dat zo'n oude herinnering juist opdoemt op dit bepaalde moment in deze bepaalde situatie. De aanleiding tot een bepaalde herinnering kan wel associatie (verbinding) met een gewone actuele indruk zijn. Maar de oorzaak is vaak, dat nu juist de ,kwellende zaak van vroeger, die momentaan bij ons opkomt, rijp is voor een geestelijke oplossing. Net als bij een granaatscherf, die in het lichaam is ingedrongen: jarenlang is hij ingekapseld, verborgen in het organisme aanwezig. Maar dan opeens wordt hij afgestoten en moet hij naar buiten.

We doen er goed aan, als zo'n oude duistere herinnering naar buiten komt op een moment, dat er geen gelegenheid is om rustig hiermee bezig te zijn, even een notitie te maken, zodat wij de demontage met en door Jezus nog vóór de nacht kunnen laten beginnen.

In de zielszorg blijkt telkens, dat een stuk ellende door een concrete afwijking op de afgelegde levensweg op één be­paald moment is begonnen. We doen dan het beste, onze confident (eventueel ook onszelf!) helemaal tot dat be­paalde punt terugteleiden.

Door traumatische belevenissen worden we ergens in het verleden gefixeerd, vastgehaakt. Je bent daardoor in een deel van je ziel b.v. nog dat jongetje van 10 dat geschonden werd, of dat meisje van 3 dat werd mishandeld. We ont­moeten mensen, die jaren lang tranen over iets van vroeger achter hun ogen voelen branden, die nog steeds niet zijn uitgehuild. Of ze voelen onbewust een woede van jaren terug, die ze nog niet hebben gekoeld. En daardoor zijn ze nog altijd in een deel van zichzelf die verdrietige of boze per­sonen van jaren geleden.

Psychologisch bezien is dat vrijkomen van infantiele bin­dingen aan vader en moeder, aan milieu én prille levens­ervaringen een moeilijke zaak. Je kan dat boze, bange, be­droefde kind in je niet zomaar het bos insturen want het blijft je achtervolgen. Maar je kunt het "te niet doen" (I Kor 13:11) door dit negatief-geladen kind-in-je heel concreet uit te leven aan Jezus, totdat Hij dit samenknoop­sel van negativiteit in je hart en je ziel oplost in Zijn liefde. Zo leidt Hij ons tot sjaloom, tot innerlijke harmonie en integratie, tot rijpheid en nieuwe volwassenheid. Een nieuwe schepping!

Op een vraag van Agnes Sanford antwoordde een predikant in een gesprek, dat hij al als kind niet gelukkig was. Zijn ouders waren gescheiden en toen hij 14 was, kwam hij op een boerderij, waar hij niet kon wennen. Er was geen liefde. 's Zaterdagsavonds namen ze hem mee naar feestjes, waar gedronken werd en ruwe taal uitgeslagen. Hij kon daar niet tegen, voelde zich ellendigen durfde niets te zeggen.Ze zei: "Daar ligt de oorzaak. Die kleine jongen van 14 jaar, die zich zo troosteloos voelde, bent u ergens van binnen nog."

Hij vroeg: "Wat kunt u daar nu aan doen?" Ze ant­woordde: "Ik vraag in het gebed of Jezus in u wil komen en in uw herinneringen wil teruggaan naar zo'n dertig jaar geleden. In Gods oog is duizend jaar als één dag en Hij kan teruggaan in de tijd om dat kleine jongetje te zoeken en te troosten."

Hij zei: "Ik begrijp er niets van; ik zie niet hoe u dat kunt doen:' Daarop antwoordde : "Dat hindert niet. U hoeft het niet te geloven. Geloven, dat is iets wat ik voor u zal doen. Ik vraag alleen of u het me toestaat."

"Nou goed dan", zei hij, maar je kon horen dat hij er niet veel vertrouwen in had. Ze bad in zeer kinderlijke woorden. Ze stelde zich voor hoe Jezus dat kind in zijn armen nam en het troostte en al die akelige herinneringen genas. Zij bad niet of hij die herinneringen mocht vergeten, maar dat ze hem niet meer ongelukkig zouden maken als ze weer naar boven kwamen. En toen schilderde zij in haar gebed die man, zoals hij worden zou, vrij en blij en volkomen zichzelf, zoals God hem bedoelde.

Na afloop zei, hij: "Ik voel me helemaal niet anders:' Zij zei: "Dat geeft niet. Het is iets als een zaadkorrel die gezaaid is, je merkt er eerst niets van."

Twee maanden later kreeg ze een brief van hem. Hij schreef: de eerste drie, vier dagen voelde ik me helemaal niet anders, maar toen begon ik te merken dat ik niet meer zo'n last van mijn angsten had. Iedere dag ben ik verbaasd over de resultaten van uw kinderlijk gebed. En, nu ben ik volkomen gezond. Ik doe nu heel graag huisbezoek en vind het heerlijk om te preken. Mijn mensen zeggen dat mijn preken steeds beter worden. Merkwaardig is, dat ik me wel her­inner dat ik altijd bang was, maar dat ik me niet meer herinner, hoe je je voelt als je bang bent.

Soms zal het gewenst zijn het traumatisch gebeuren van vroeger in tegenwoordigheid van de Heer heel reëel te reconstrueren. Eventueel zelfs ter plaatse. We kunnen b.v. zeggen: "Toen je als man van 30 jaar of als meisje van 10 dat ellendige onderging, was Jezus er niet bij om je op te vangen. Anders was Hij wel duidelijk tussen jou en die angst in gaan staan. (Of b.v.: tussen die belediger die je uit­schold en verwenste en jou.) Om het met je samen op te vangen en te verwerken. Maar nu beleven we samen met Hem dit alles nog eenmaal. Met alle spanningen, die het je toen heeft berokkend. Doch nu is de Heer duidelijk zelf tegenwoordig en Hij vangt op wat toen zo maar, zonder Hem, over je en in je gekomen is. Beleef het alles nog een­maal in de geest net zoals toen. Met alle negatieve gevoelens die toen zijn gewekt. Laat al die pijnlijke gevoelens naar Hem uitvloeien. Dan ervaar je de genezende tegenwoordig­heid van de Heer".

Het is van belang dat men dan ook het lichaam vrijheid geeft, het verdrongen gevoel in een huilbui of in 'brullen', in zuchten en geeuwen of benauwde, gekwelde gelaatsuit­drukkingen te 'lozen'.

Soms wordt in een diepe werking van de Heilige Geest de confident helemaal teruggevoerd in de situatie, waarin de gevoelsnood optrad. Een volwassen mens kan zich dan op­eens gedragen als de huilende baby, de doodsbange kleuter die hij of zij eens was. We moeten hiervan niet schrikken en b.v. aan een soort trance-toestand denken. Onder Gods leiding komt de verdrongen situatie helemaal boven, om in tegenwoordigheid van de Heer helemaal te worden "uit­gespeeld".

Het komt ook voor dat bij "afreageren" de gevoelens wel loskomen maar niet verdwijnen. De afvoer vindt niet plaats, is verstopt.

Gelukkig dat men wat verstopt is, aan de Heer kan aan­bieden, zodat Zijn liefde er in doorwerkt en de door­stroming door Zijn kracht tot stand komt.

Voetnoten.


  1. Vaak is er een diepe weerstand, als men na een radicale ervaring van bevrijding toch weer met bindingen uit het verleden wordt geconfronteerd. Men wil "alleen maar in de overwinning staan." Maar juist na de overwinning en de vrede is er telkens weer opruiming van oude projectielen mogelijk en nodig. ↩︎