Back to top

God ligt met de wereld overhoop.

Ik kreeg van iemand een interessante brief. Hij haalt heel wat overhoop, maar ik wil alleen een paar hoofdzaken citeren. De heer N. schrijft o.a.:

bq. Heeft bidden zin? NEEN! Bidden heeft in het geheel geen zin. Bidden is zelfs Godslastering. Bidden is God niet kennen en God niet vertrouwen. Bidden is een heidense gewoonte van de mensen,die dachten, dat hun goden om te kopen waren of dat er met hen te marchanderen was. Onze God is geen sjacheraar. Gods besluiten zijn onherroepelijk en genomen van eeuwigheid tot eeuwigheid. God kan en zal niet éé'n gebed verhoren. De één bidt om regen, de ander om zonneschijn. Bidden is dan ook niets anders dan een egoïstische eigenschap van het mensdom. Zelfs bidt de mens in het Onze Vader: "Breng ons niet in verzoeking." Wat stom en belachelijk. God die ons hele leven leidt en bestuurt zou de mensen in verzoeking brengen? Het is net andersom. De mens in zijn domheid, zijn onwetendheid, het niet kennen of willen beseffen wat God is in zijn almacht, de mens in zijn eigen nietigheid zou willen proberen God in verzoeking te brengen, door te bidden of Hij zijn plan wil veranderen. Gewoon misselijk om aan te denken. Ook is God geen liefde of kwaad. God is God zonder meer. Wat in ons oog soms liefde lijkt, kan tot het grootste kwaad uitgroeien en ook andersom. Er wordt gepredikt: "God heeft de mens lief," maar waarin of waaruit lijkt die liefde? En bestaat die liefde alleen voor hen, die in Hem geloven of ook voor de miljoenen die nooit van een levende God hebben gehoord? Zelf ben ik 70 jaar, maar ik vrees de dood niet. Ik ben overtuigd, dat ik geleefd heb zoals God mij toegedacht had te moeten leven. En als er een hiernamaals is, ben ik niet benauwd om daar te verschijnen en verantwoording af te leggen over het goed (en misschien meer het kwaad), dat ik in mijn leven heb gedaan. In een duivel of hel geloof ik niet, want God is de alleen heerser, in het leven en de dood. God heeft geen tweede zegs man naast zich nodig. In Zijn almacht kan Hij heus alles wel alleen af. Ik eindig nu maar, want ik kan wel een boekdeel over Godsdienst, Christendom, schrijven, over gebed, de tien geboden, geloofsartikelen, de tegenstrijdigheden uit de Bijbel,enz.enz."

Wat zal ik aan zo iemand antwoorden? De heer N. meent, dat bidden heidens is. Maar is juist zijn idee van God, hoe diep en religieus ook, niet wezenlijk heidens? Het heidendom is ten diepste de verering van het zijnde. God is voor de heidense mens de diepte dimensie van leven en wereld. Daarom kan de heiden soms vele goden vereren en soms alleen maar het Al. Want nu eens is hij vooral geboeid door de bonte veelheid der verschijnselen, waarin zich de volheid van het goddelijke zijn openbaart. En soms bekoort hem vooral het éne zijn, waarin de afzonderlijke mensenen dingen geheel en al opgaan, zoals de golven, stromen en zeëen opgaan in één grote wereld oceaan. In de ene goddelijke wereld wisselen licht en duister, dag en nacht, opbouw en vernietiging, goed en kwaad elkaar af. Daarom is er voor de heiden nooit een volstrekte tegenstelling tussen goed en kwaad, tussen het goddelijke en demonische.

Ten diepste kan je het Al-zijn alleen maar zwijgend vereren, en er eerbiedig voor bukken. In die weg wordt je eigen kleine leven met het grote Al-leven één en vindt de mens zijn bestemming. Het diepste wat een heiden kent is dan ook resignatie, berusting. Alles prijzen omdat het is zoals het is. Ook wij zelf hebben deze heiden heel diep in ons. Geen wonder, want de heiden is eenvoudig de natuurlijke mens.

Het moeilijke en het heerlijke van de God van de Bijbel is, dat hij heel anders is. Hij is niet het zijnde. Hij ligt juist grondig met de wereld, zoals die reilt en zeilt, overhoop. Hij wil deze wereld en mijzelf helemaal veranderen. Ik mag en moet Hem daarom vragen en Hem hierin als bondgenoot terzijde staan. Altijd als de boodschap van Jezus, de Bevrijder, gebracht wordt, is God bezig de oude wereld te vergeten en een nieuwe wereld te scheppen. We worden niet geroepen tot resignatie, maar tot hoop en verwachting. God zegt: "Want zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet meer gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep." (Jesaja 64). Daarom is zo'n stuk Bijbelse verkondiging zo bevrijdend. Je raakt van heel onnutte vragen af, van heel wat ijdel gedroom en gefilosofeer. Het wordt heel wat moeilijker—je mag niet meer berusten, er is geen verstandelijke oplossing voor het kwaad meer mogelijk. Maar Goddank!—,er is inplaats van een oplossing verlossing. Je kijkt niet meer achteruit: Waar komt het allemaal vandaan? Misschien toch wel niet God? Neen, je kijkt vooruit: In Jezus heeft God reeds aanvankelijk en in principe mijn kwaad en dat van de wereld radicaal overwonnen. In Hem zal Hij het volkomen uit mij en uit de wereld wegdoen.

Volgens de Bijbel mag het kwade nooit aanvaard worden. God is er alleen maar tegen, en daarom mogen en moeten ook wij er alleen maar tegen zijn. In de Bijbel gaat het om de goedheid van God, om zijn trouw, om zijn genade, om zijn gerechtigheid. In al die dingen is Hij helemaal tegen het kwade gekant, en verwacht Hij hetzelfde van Zijn bondgenoot, de mens. Daarom kent de bijbelse mens geen resignatie. Hij weet, dat het kwade er is, maar het mag er niet wezen, en daarom weet hij het niet te plaatsen. Hij kan er alleen maar tegen protesteren. En hij mag verwachten, dat God daarin geheel aan zijn kant staat.

We kunnen er niet aan denken, het probleem van het kwaad op te lossen, want:

Het Christendomis de enige godsdienst, die geen antwoord heeft op de vraag, waar het kwade vandaan komt. De oorsprong van het kwaad is in de Bijbel alleen maar een raadsel. We mogen geen tijd verliezen, ons in die oorsprong te verdiepen, want er is werk aan de winkel. We mogen en moeten er met God iets tegen doen.

We hebben in de Bijbel nergens te maken met het kwaad in het algemeen. Het gaat altijd om een concreet, speciaal kwaad, dat we nergens mogen "plaatsen", doch dat we in zijn absurditeit geheel moeten laten staan.

God is in de Bijbel alleen maar de Redder, de Bevrijder, van het Kwaad. Dat is Hij ook al in het Scheppings verhaal. Als Hij het woest en ledig, de macht en van duisternis en chaos in de wereld gaat keren, en ruimte maakt voor menselijke vrolijkheid, vrijheid en vrede. God is altijd identiek met Jezus de grote Bevrijder.

Dat ligt al in Zijn naam (Jezus betekent: God verlost). In Hem wordt heel Gods redding geconcentreerd. Hij is de Man van Smarten. Hij neemt al ons lijden en ons Kwaad op zich. Niet om te berusten en ons resignatie te leren. Neen, om het voor ons weg te dragen, om het in en met ons volkomen te overwinnen.