Back to top

Hart en gevoel

Toen ik nog predikant in Engeland was, bezocht ik eens een Hollandse dame, die met een Engelse man getrouwd was en ergens heel afgelegen woonde. Ze zei: ik kan hier in Engeland niet bidden. Ik vroeg haar natuurlijk, of ze dat dan in Nederland wel kon. Ze zei: ,,In Utrecht had ik een heel fijn contact met de Heer." Ik vroeg haar: ,,Hebt u heimwee?" Ze zei: ,,Ja, heel erg, maar wat heeft dat met je gebed te maken?" Ik zei: ,,Alles. Als je heimwee hebt, voel je jezelf in heel je bestaan ontworteld. Diep van jezelf vervreemd. Ik ken jonge moeders, die als ze in Londen gaan wandelen met de baby, altijd in Oostelijke richting lopen, want dan zijn ze een paar straten dichter bij moeder in Holland. Als u met uw heimwee gaat bidden, komt in de stilte dat gevoel van verlatenheid nog sterker in u op dan als u gewoon bezig bent. En het lukt niet met uw gebed." We zochten samen naar een oplossing en ik zei tegen haar: ,,Kan je geen onderscheid maken tussen je hart en je gevoel? Jezus zegt dat we God mogen liefhebben met geheel ons harten met geheel onze ziel en met geheel onze kracht. Dit is niet allemaal hetzelfde. Daar zitten duidelijk onderscheidingen in. Je kunt met heel je hart van iemand houden terwijl er ondertussen een gevoelsstoring in de relatie is. Ik houd heel veel van mijn vrouw maar dat betekent niet dat ik dat de hele dag voel." Zo kwamen we samen op het laatste antwoord van de oude Heidelbergse Catechismus. ,,Amen wil zeggen: het zal waar en zeker zijn. Want mijn gebed is veel zekerder van God verhoord, dan ik in mijn hart gevoel, dat ik zulks van Hem begeer." De zekerheid die je hebt dat je gebed gehoord en verhoord wordt, gaat dus het gevoel van het hart verte boven. Je rust met je hart in de Heer, terwijl je gevoel in de war is. Net zoals een schip, dat het anker heeft uitgeworpen, en toch allerminst rustig op de golven ligt. Conclusie: U gaat vanaf vandaag weer eenvoudig bidden. En u zegt maar eerlijk tegen de Heer: God, ik voel helemaal niet dat U bij me bent. Ik voel een nare, zwarte leegte. Maar ik laat mijn gevoel voor wat het is. Want ik houd U aan Uw belofte, dat mijn gebed veel zekerder verhoord is, dan ik dit in mijn hart gevoel. Mijn gevoel is door dat ellendige heimwee helemaal in de war. Het zou fijn zijn, als U dat weer in orde maakte. Maar ik zeg ,,amen", dwars tegen mijn hele gevoel in. Ze heeft het gedaan. Na lange tijd kwam ik weer een keer bij haar terug. Ze was inderdaad weer gaan bidden. En in de loop van de tijd was haar heimwee helemaal verdwenen. Wellicht ook door allerlei andere factoren. Maar het gebed zal daar wel niet buitenom gegaan zijn. Het gebed boven het gevoel uit.

In dit verband lijkt het me wel goed, nog wat dieper op de plaats van hart en ziel in de bijbelse leer van de mens in te gaan. We maken vaak de indeling: lichaam, ziel en geest. Maar deze drieslag komt maar éénmaal in de Bijbel voor, in 1 Thess.5:23. De grond belijdenis van Israel luidt: ,,Hoor, Israel, de HERE is onze God: de HERE is één. Gij zult de HERE uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht" (Deut.6:4). Deze drieslag neemt Jezus met allerlei variaties in zijn liefdesgebod over. We kunnen hierbij wellicht het beste denken aan een zeilschip. De ,,geest" van de mens is zijn adem. Te vergelijken bij de windkracht die aan het schip zijn kracht geeft. De ziel is heel het schip, zoals het reilt en zeilt, met alles wat er op en eraan is. Het gehele vaartuig zoals dit zich aan ons manifesteert. Bij de ziel is het lichaam inbegrepen. Het wordt in de drieslag van Deuteronomium niet genoemd, want het Oude Testament heeft geen woord voor lichaam (Soms wordt er een woord dood lichaam, lijk gebruikt). Het hart heeft a.h.w. de functie van de stuurman, de navigator. Deze verzamelt alle gegevens van winden en golven, van stromingen, van hoogte en diepte van het water, van getijden, sterren en zonnestanden van bakens. Van de koers die al gevaren is en van de bestemming. Hij maakt daaruit een voorstel van de te volgen koers, en dit bestek legt hij daarna voor aan de kapitein. Prof. Bouhuys schrijft: ,,Kan de mens van alles willen? Is hij een oeverloze zee van allerlei verlangens en begeerten? Nee, er zijn telkens bepaalde verlangens. Er zit lijn in. Er wordt een bepaalde koers gevaren. Welnu, daar waar die bepaalde koers gevaren wordt, spreekt de bijbel van hart. Het hart is het bedenken, willen van en lust hebben tot overwogen daden. Het hart geeft richting aan de existentie." Daarom plaatst de bijbel verstand en wijsheid in het hart (het woord hersens komt in de schrift niet voor). Want in verstand en wijsheid gaat het om praktisch handelen. In het opmaken van de koers moet het hart als navigator ook de meest negatieve motieven van de hele mens als ,,levendeziel" verwerken, zonder iets opzij te schuiven. Je kan ook denken aan de voorzitter van een parlement: hij moet aan alle partijen en stromingen in de kamer het volle pond geven, zonder bepaalde strevingen en gedachten bij de leden weg te dringen. Zo is het van groot belang, dat het hart in zijn beleids bepaling niets verdringt, niets in zichzelf wegdrukt, alles aan bod laat komen, eventueel ook de fascist en de communist in ons. Maar er wordt in het hart niet beslist bij meerderheid van stemmen. Het hart is alleen maar de vergaderingsvoorzitter. Het hart verwerkt al die motivaties. Het legt al die stemmen en geluiden in een bestek voor aan God. Het doet zelf een beleidsvoorstel. Het laat Hem de uiteindelijke beslissing.

Nu weer het voorbeeld van het heimwee. Dat was bij die dame helemaal uit het geloofsleven weggedrongen als een vreemd psychisch verschijnsel. Het hart moet eerst de motivaties van het heimwee ten volle laten meespreken. Het toelaten in het parlement van het gebedsleven, zonder er zelf eerst iets aan te doen. En het hart voorleggen aan de Grote Schipper. Volgens het oude spreekwoord: ,,Solvitur ambulando cum Deo". Het wordt opgelost door te wandelen met God. In dit geval: door zo'n heimwee samen te hebben met God. Dat kan je bijv. ook met sexuele knopen en lussen doen. Het is niet ,,vroom" in dergelijke situaties te verkeren. We krijgen allerlei adviezen van vrome mensen, hoe we deze puzzels moeten oplossen. Soms het ene recept na het andere. En we vertrouwen ons eigen gevoelen ons eigen hart niet meer. We voelen ons van God en de mensen vervreemd. Maar als we ons hart radicaal aan de Heer geven, met alles wat erop en eraan is, behoeven we aan Gods leiding niet te twijfelen. Aan de ene kant staat er: ,,Arglistig is het hart boven alles. Verderfelijk is het. Wie kan het kennen?" (Jer. 17:9). Maar er is uitkomst: ,,Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, zie, of erbij mij een schadelijke weg is, en leidt mij op de eeuwige weg". Maar die leiding ontvangen we nooit zonder een open, eerlijke, eigen confrontatie met al onze motieven.