Back to top

Loopje door het ziekenhuis en bidden voor genezing

Dit artikel van Simone Visser in Lopend Vuur 2013 (zomernummer).

Afgelopen voorjaarsconventie heb ik samen met Henk van Veen en Aline Kruizenga de werkgroep “Bidden voor genezing” geleid. In de werkgroep stonden we stil bij de verklaring die door de Lukasorde en de CWN is uitgebracht over genezing. Naast bijbelteksten hebben we teksten gelezen van Karel Kraan en Francis Macnutt. Vervolgens zijn we ons gaan oefenen in gebed voor elkaar. In het oefenen benoemden we wat we aan het doen zijn in het bidden: we brengen een medebroeder of medezuster voor het Aangezicht van de Heer. We danken voor hem of haar. We zijn luisterend en biddend stil. Er kan een ingeving komen die helpend is in het gebed. Vervolgens sluiten we af met een zegen. Wat we in het bidden aan het doen zijn, noem ik het activeren van de vitaliserende kracht in een mens. Dat begint al met het danken voor de degene voor wie we bidden. In de afsluitende zegen wordt dit nog eens bekrachtigd.

Wanneer ik in het ziekenhuis aan het bed zit bij zieken en aandachtig naar hun verhaal luister, bid ik vaak in stilte. Wanneer het gesprek hier expliciet aanleiding toe geeft, stel ik voor af te sluiten met gebed. Vaak zijn mensen na dit gebed opgelucht.

Met toestemming van de betreffende patiënt vertel ik het volgende verhaal:

In de maanden voorafgaand aan de conventie kwam ik in gesprek met Frans, die regelmatig opgenomen wordt. Hij lijdt aan een zeldzame aandoening, waar de dokters niet echt een behandeling voor hebben. Hij kwam nu binnen met ondraaglijke pijn aan zijn linkervoet. Hij had een open wond die maar niet wilde helen, ondanks alle behandelingen. Zelf zag hij maar één oplossing: amputatie van het been. De dokters wilden daar niet aan vanwege zijn algehele conditie. Toen ik hem ontmoette, zag ik een man gevangen in zijn pijn.

Opeens vroeg hij mij, nadat hij veel verteld had: “En jij, wat heb jij mij te bieden?” Dat was een zeer directe vraag. Ik was hier stil van. En ik dacht: het enige wat ik te bieden heb is gebed. Ik moest denken aan het bijbelwoord uit Handelingen 3: Goud en zilver heb ik niet, het enige wat ik de bieden heb is de naam van Jezus Christus. Ik zei tegen hem: “Het enige wat ik kan doen, is bidden. En als u geopereerd wordt, dan kunnen we u zalven; niet met het oog op sterven, maar met het oog op genezing.” Ik mocht voor hem bidden en bad een eenvoudig gebed: om wijsheid en inzicht voor de dokters, om geduld voor de verpleging, om geduld voor hemzelf om dit alles te verdragen, en om genezing.

Een paar weken later ontmoette ik hem weer. Er was niet veel tijd om te praten, want de wonden moesten verzorgd worden, en dat was een pijnlijk en tijdrovend gebeuren. Wel viel me een bepaalde zachtheid op in zijn gezicht. Ik maakte daar een opmerking over. “Je lijkt zachter in je gezicht.” “Ja”, zei hij: “Dat is zo.” Hij was een aantal keren ter communie geweest in ons ziekenhuis. En dat had hem heel erg goed gedaan. Hij ging nu aansterken in een revalidatiecentrum.

Twee weken voor de conventie werd hij geopereerd. Mijn collega gaf hem voorafgaand de ziekenzegen. Zijn onderbeen ging er af. Hij was enorm opgelucht. Eindelijk was hij verlost van die vreselijke pijn. Eindelijk zag hij weer toekomst. Na een moeilijke week met fantoompijn ging het goed.

Vlak voor de conventie sprak ik hem: “Ja, het gaat goed met mij. Ik dank jullie hartelijk voor jullie omzien naar mij. Het geloof in God heeft meer betekenis voor mij gekregen. Ik en mijn stompje wij redden het wel!”