Back to top

Ziet God alles?

Nietzsche voert in zijn ,,Also sprach Zarathustra" de moordenaar van God ten tonele. Die moordenaar van God zegt van God: ,,Hij moest sterven, hij zag met ogen die alles zagen, hij zag des mensen diepten en gronden, al zijn verborgen smaad en lelijkheid. Zijn medelijden kende geen schaamte; hij kroop in mijn vuilste hoeken. Deze al te nieuwsgierige, overopdringerige, overmedelijdende moest sterven. Aldoor zag hij mij; op zulk een getuige wilde ik mij wreken...of zelf niet meer leven. De god die alles zag, ook de mens,—deze god moest sterven. De mens verdraagt het niet dat zulk een getuige leeft." God weet te veel van mij. Daarom moet Hij uit de weggeruimd. Het lijkt net een thema uit een detective-roman: ,,Moordaanslag op de kroongetuige". Ieder weet hoe zo'n roman pleegt af te lopen: De kroongetuige is wel voor eeuwig tot zwijgen gebracht. Maar er komen allerlei andere getuigen voor hem in de plaats. En tenslotte wordt de moordenaar gegrepen of hij pleegt zelfmoord. Is dat niet typerend voor onze wereld? God is vermoord. Het lijkt of Hij ons niet meer kan aankijken. Maar nu komen er andere getuigen voor Hem in de plaats. Nu is het alziend oog van God verruild voor het oog van de psychiater, dat onze diepten en gronden ziet, al onze verborgen smaad en lelijkheid. Als de Bijbel moet zwijgen, dan zullen onze dromen ons wel verraden... God is vermoord. Zijn alziend oog hebben we dichtgeslagen. Maar nu wordt heel onze vuilewas op de boekenmarkt gesmeten. En als we al dat vuil zelf niet willen lezen, dan zullen onze kinderen het wel doen. Jan Wolkers, Jan Cremer zijn in de plaats gekomen van Jan Courage en Jan Hen. Ze kruipen in mijn vuilste hoeken. Tot in mijn Gereformeerde hoekje toe. God is vermoord. Hij lijkt niets meer van heel mijn verleden te weten. ,,Everybody has a skeleton in the cupboard"—iedereen heeft een geraamte in de kast. Maar gelukkig, de God die helemaal van mijn duister geheim op de hoogte is, is niet meer. Doch nu wordt heel mijn verleden met wetenschappelijke nauwkeurigheid geregistreerd in moderne dossiers en kaartsystemen. Mijn arbeidsverleden, mijn ziekteverleden, mijn familie verleden, mijn misstappen en complexen. Zo langzamerhand moet toch wel de vraag opkomen,of dat alziend oog van God niet beter is dan al die andere alziende ogen,die wij ervoor in de plaats hebben gekregen. David zegt ergens in de Bijbel: ,,Het is beter in de handen van God dan in de handen van de mensen te vallen. "Misschien moeten en mogen wij dat ook leren, door schade en schande heen. Tenslotte zijn de ogen van God de enige ogen, die ons niets verwijten. Het zijn de ogen van Eén, die wel alles van ons weet, maar die het alleen maar weten wil in Zijn trouw, in Zijn vergeving. In Zijn: ,,het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen." Als God onze oude rommel ziet, dan veracht hij ons niet en dan behoeven wij ons zelf niet te verachten. Hij wil met ons samen deze oude rommel zien als de bouwstoffen van een heel nieuw, vrij en blij leven. Dat wil Hij er met ons samen van gaan maken. Als God dood is, dan mag Van't Reve in Bijbeltaal spreken: ,,Zo blijven dan sex, drank en de dood. Doch de meeste van deze is de dood" (in: ,,Nader tot U"). Maar als God leeft, dan mag de Bijbel zelf spreken: ,,Zo blijven dan geloof, hoop en liefde. Doch de meeste van deze is de liefde" (1 Cor. 13).

Hoe zou het toch komen, dat Nietzsche en zoveel anderen aan die ogen van God, waarover toch alleen maar goed een gelukkige dingen te zeggen zijn, zo de pest hebben gekregen? Die moordenaar van God spreekt over,,al te nieuwsgierige, overopdringerige, overmedelijdende ogen". Zou hij echt wel ooit God zelf in het oog hebben gezien? Of heeft hij misschien de ogen van ,,Christelijke" medemensen op Gods ogen aangekeken? Het oog is de spiegel der ziel, zegt het spreekwoord. Maar het is de bedoeling dat onze ogen veranderen en dat ze de spiegel van Gods ogen worden. De spiegel van Gods hart. Dat is de weg, waarlangs we de Bijbel nieuw gaan lezen. En het heerlijk vinden, dat de Goddelijke kroongetuige, ondanks de Gods moord ,LEEFT! Dan krijgt Van't Reve een duidelijk antwoord op zijn gebed: ,,Dat koninkrijk van U, wordt dat nog wel eens wat?"

Uit Hoe is God? door Karel Kraan